Bobbie

Bobbie werd mager. Snel. At niet zoveel meer en werd nóg iets aanhankelijker dan dat hij in al die jaren geweest was. Aanhankelijker ja, vooral bij mij. Toen drie jaar geleden na zes jaar samenwonen mijn relatie stukliep verloor ik in een paar dagen tijd best veel. Mijn lieve Berner Sennenhond Sirus moest na drie jaar het huis uit en ondergebracht worden bij familie, mijn andere hond ging met mijn ex-vriendin mee en ik bleef samen met Bobbie wonen aan de A-straat. Van alle dieren was Bobbie er het langst. Op dit moment (op het gezin waar ik uitkom na) is Bobbie diegene die het het langst met mij heeft uitgehouden. En dat we synchroon leefden, kon je goed merken.

Elke nacht sliep Bobbie naast mij op het bed. Niet op het voeteneind, maar naast me en (als ik het toestond) heel dicht tegen mij aan. Ging ik 's ochtends het bed uit, dan ging hij ook. Altijd. Dan liep ik naar de badkamer om te plassen en ging Bobbie in zijn bak om te plassen. Ik heb wel eens gelezen dat vrouwen die samenwonen op hetzelfde moment gaan menstrueren, dat zich dat op elkaar afstelt. Blijkbaar doen urinerende mannen en katten dat ook.

Als ik thuiskwam van mijn werk kwam Bobbie mij begroeten. Ik deed de deur open en dan hoorde ik hem van het bed afspringen of van de bank. Kwam hij luid miauwend de hoek omzeilen. Iedereen die eens bij mij thuis is geweest kan beamen dat Bobbie zeer aanwezig was. Moest er altijd bij zijn.

Er zijn zoveel andere dingen over Bobbie en mij te vertellen. Eindeloze verhalen over ergernissen en vreemde situaties, tot groot vermaak van buitenstaanders. Een klein percentage van die verhalen zijn ook op deze site te vinden. Verhalen over een gek geworden Bobbie die zijn uiterste best deed om mijn bed vol te poepen, Bobbie die samen met mij onder de douche wilde staan, Bobbie die samen met mij een autoritje ging maken zodat hij de wind weer eens door zijn vacht voelde gaan (hij kon en mocht niet naar buiten), Bobbie die in een hondenbench bij iemand in de tuin werd gezet zodat hij lekker kon zonnen, maar die dit verschrikkelijk vond, Bobbie die rustig een uurtje aan elkaar vast miauwde, Bobbie die mijn widescreentelevisie zo lekker warm vond en zo menig avondje mijn beeld blokkeerde, Bobbie dit en Bobbie dat.

Maar hij werd de laatste tijd zo verdomde mager. Dus leende ik bij iemand een draagbare kattenmand en maakte ik voor afgelopen woensdag een afspraak bij de dierenkliniek. Met veel heisa kreeg ik Bobbie in de mand. Met dit soort dingen laat de angstige asielkat die hij ooit was zich weer een beetje zien.

Bij de dierenkliniek schud ik de hand van Linda, een dierenarts van halverwege de dertig. Door de manier waarop ze mij negeert en meteen met Bobbie begint te praten, vind ik haar meteen aardig. Samen halen we Bobbie uit de mand. Hij heeft het niet naar zijn zin. Linda vraagt hoe oud hij is, maar omdat de medewerkers van het asiel hem destijds zwaar verwaarloosd uit een leegstaande woning hebben gehaald, kan ik daar geen antwoord op geven. Ze noemt Bobbie een opa. Dat krijg ik zometeen thuis te horen, grap ik.

Linda vraagt wat er precies aan de hand is. Ik vertel dat Bobbie de laatste paar weken veel gewicht is verloren en dat ik meer vlees weggooi dan dat hij opeet. Ook is me opgevallen dat hij de laatste paar dagen een beetje zwalkt met een van zijn achterpootjes. Linda probeert met haar vingers Bobbie's organen te inspecteren. Ze vertelt me dat ze het gevoel heeft dat zijn nieren niet naar behoren functioneren, een vaak voorkomende kwaal bij katten. Ze wil bloed prikken. Een assistente wordt erbij gehaald en Bobbie blijft keurig zitten als Linda zijn hals scheert en er een naald in steekt. Ze vertelt me dat ze het bloed expres niet uit zijn pootjes haalt (waar dierenartsen vaker bloed uithalen dan uit de halsaders). Dit ziet er griezeliger uit maar is in werkelijkheid minder pijnlijk voor het dier. Bobbie en ik mogen plaatsnemen in de wachtkamer, terwijl Linda het bloed gaat onderzoeken.

Ik heb slecht nieuws voor je,
zegt ze als we weer in de behandelruimte staan.

Bobbie's nieren blijken bijna niet meer te functioneren. Onze nieren (en ook die van een kat) zorgen ervoor dat het gif in ons lichaam wordt afgebroken. Bobbie's nieren werken niet meer zoals ze moeten doen en in feite wordt hij vergiftigt door zijn eigen lichaam. Het gehalte aan gif in zijn lichaam is absurd hoog. Zijn ureum-gehalte (ureum is een afvalproduct bij de vertering van eiwitten) behoort ongeveer 150 te zijn, maar is 850. Zijn creatinine-gehalte (afvalproduct van fosfaat in het spierweefsel) ligt bij mijn kat rond de 1000. Bij een gezonde kat ligt dit ook rond de 150.

Terwijl ik mijn best probeer te doen om niet te laten merken dat ik mij zojuist rotschrok geeft Linda mij twee keuzes.

1. Bobbie krijgt via een infuus een nierspoeling. Misschien (en deze kans is erg klein) gaan zijn nieren weer wat gif afbreken. Na deze spoeling is het de bedoeling dat ik om de paar dagen terugkom voor een nieuwe spoeling. En weer en weer tot aan de dag van Bobbie's zogenaamd natuurlijke dood. De kans dat zijn nieren als door een wonder weer vanzelf gaan werken is 0.0%. Gezien Bobbie's angstige houding als we eenmaal voorbij de voordeur zijn, lijkt mij dit sowieso al geen optie. En wat is dat nu voor een leven voor een kat: om de paar dagen een nierspoeling? Linda benadrukt nogmaals dat het haar zeer onwaarschijnlijk lijkt dat Bobbie's beschadigde nieren überhaupt nog gaan werken, spoeling of niet.

2. Bobbie laten inslapen.

Gaat het een beetje? vraagt Linda terwijl ze naar mij kijkt. Ik probeer een praktische pose aan te nemen, terwijl ik mijn best doe om niet naar Bobbie te kijken. Tja, dat is wel heftig allemaal, zeg ik, daar wil ik wel even over nadenken. Als ik jou zo hoor dan is het verstandig om Bobbie in te laten slapen. Linda knikt. Dat zou ik wel doen als ik jou was, zegt ze, anders wordt het een grote, dieronvriendelijke lijdensweg met een pijnlijke dood als eindbestemming.

Dan besluit ik dat ik genoeg heb van de kliniek en vraag ik aan de dierenarts of ze de rekening in orde wilt maken. Ze heeft ervaring genoeg om hier soepel op aan te sluiten.

In de wachtkamer zit een mevrouw met een hondje. Ik zet de mand met Bobbie op de toonbank en terwijl ik het gevoel heb dat er iemand oorverdovend in mijn gezicht staat te krijsen (wat natuurlijk niet zo is) haal ik mijn pinpas door het apparaatje. De receptioniste vraagt of de uitslag van het bloedonderzoek al binnen was. Ik knik bevestigend. Spannend zegt ze. Eerder verdrietig, mompel ik terug. Ze kijkt me aan. Gaat het niet zo goed met je kat, vraagt ze. Ik weet op een normale toon uit te persen dat ze dat maar aan de dierenarts moet vragen als ik weg ben. Natuurlijk, zegt ze, zachtjes gevolgd door sterkte.

Ik loop de deur van de kliniek uit, in één hand de mand met Bobbie en met mijn andere proberend mijn jas dicht te houden. Eenmaal in de auto zet ik de mand op de passagiersstoel, kijk niet naar Bobbie en schenk hem geen enkele vorm van aandacht. Terwijl ik de auto in zijn achteruit zet en de koppeling omhoog laat komen, vertroebelt het beeld van het huis achter de auto in mijn binnenspiegeltje. De tranen lopen over mijn wangen. Mijn kat, godverdomme.

Later die avond heb ik een andere dierenarts aan de telefoon. Ik probeer advies te krijgen, maar de arts aan de andere kant van de lijn is onverbiddelijk. Ik moet eerst langs komen met de kat en een nieuw bloedonderzoek laten doen. Na nog een minuut van dat lauwe geklets krijg ik heel sterk de indruk dat deze dierenarts meer geïnteresseerd is in het opstrijken van de kosten voor een consult, dan om daadwerkelijk iemand (mens of dier) te helpen.

Een andere dierenarts is aardiger. Ik geef haar de gegevens van het bloedonderzoek van die middag en zij zegt meneer, bij zulke katten ben ik verbaasd dat ze nog leven.

De volgende dag (donderdag) bel ik de dierenkliniek en vraag of Linda bij mij langs wil komen om Bobbie te laten inslapen voordat zijn nieren het helemaal begeven en hij in een wervelstorm van pijn, misselijkheid, stront en zeik ten onder gaat. Dat dit gaat gebeuren als ik niets doe is zeker en volgens Linda is het een kwestie van dagen, maximaal twee weken. We spreken af dat ze vrijdag om half twaalf 's ochtends langskomt, (later wordt dit half vier 's middags). Toevallig heb ik vrijdag vrij gevraagd van mijn werk omdat ik mijn auto naar de garage wilde brengen.

Het grootste gedeelte van de donderdag besteed ik aan het aaien en verwennen van Bobbie. 's Avonds koop ik visfilets en deze kook ik voor hem. Dit heeft hij altijd het allerlekkerste gevonden. Tot mijn tevredenheid eet hij zijn bakje helemaal leeg. Twee keer.

De nacht van donderdag op vrijdag wordt onze laatste nacht samen. Ik besef me hoe melodramatisch en vreemd dat klinkt, maar als je drie jaar lang een kat naast je hebt liggen in bed (die zes jaar daarvoor lag Bobbie overigens tussen mij en mijn toenmalige vriendin in), dan is het wel slikken als je jezelf realiseert dat het de laatste keer is. Voor de verandering laat ik Bobbie liggen waar hij wilt en laat hij nu net met zijn kop op mijn wang willen liggen. Vooruit dan maar. De vislucht probeer ik dapper te verdragen. Verbazingwekkend genoeg val ik vrij snel in slaap.

Dan is het vrijdag. Vandaag. De dag gaat verschrikkelijk langzaam. 's Ochtends ga ik douchen en Bobbie zit enorm te miauwen voor de deur. Ik doe de badkamerdeur open en sta het toe dat hij pogingen doet om het douchewater van de grond te likken. Hier houdt hij snel mee op en hij zet het op een klaaglijk miauwen. Bobbie voelt zich niet goed, dat merk ik. Eenmaal aan de koffie (Bobbie heeft weer een gekookt visje, zijn laatste maaltijd) vraag ik me af of ik Bobbie niet opeens allerlei kwaaltjes toeschrijf nu ik weet dat hij zo ziek is. Maar dat is niet zo, ik merk (en vooral vandaag) dat hij zich niet in orde voelt. Het is alsof Bobbie aanvoelt wat er staat te gebeuren.

Nog een uurtje wachten en ik lig met de kat op de bank. Hij ligt op mijn benen en ik probeer met het koude zweet in mijn handen een boek te lezen. Met mijn vingers kan ik de inkt van de pagina's vegen, zo klam ben ik. Meestal verschoon ik de kattenbak nog even voordat ik bezoek krijg. Natuurlijk heb ik er al voor gezorgd dat de bak niet vies is tijdens Bobbie's laatste dagen. Ik realiseer me dat ik de kattenbak nooit meer hoef te verschonen na vandaag. Ik kijk naar de keuken en zie daar zijn voerbakjes liggen. Zijn laatste gekookte visje is geeneens helemaal opgegeten.

Dan zie ik een rode bestelauto het parkeerterrein opdraaien. Dierenarts Linda stapt eruit. Ik til Bobbie op en loop naar het raam. Ik zwaai naar haar zodat ze weet waar ze precies moet zijn. Als ik de deur voor haar opendoe, zet Bobbie (vanwege de geluiden van buiten) zich schrap in mijn greep. Ik geef Linda een hand en hoop (waarschijnlijk tevergeefs) dat ze niet voelt hoe koud mijn hand is.

We lopen de woonkamer in en ze vraagt hoe het met mij gaat. Ik geef haar vriendelijk antwoord, maar merk dat mijn stem schor en fluisterend klinkt. Halverwege de zin probeer ik de toon te normaliseren, maar het lukt niet.

Tot mijn verbazing lopen bij Linda, de dierenarts die ik twee dagen ervoor voor het eerst heb gezien, de tranen over haar wangen.

Sorry, zegt ze, maar ik voel jouw verdriet heel goed aan. Terwijl ik met droge ogen voor haar sta. Ze vertelt me dat ze in al haar jaren als dierenarts maar één keer eerder bij een euthanasie heeft gehuild. Ik ben dus nummer twee. Ze zegt dat ze er niks aan kan doen, ze heeft vandaag zelfs al twee andere dieren in laten slapen, maar om de een of andere reden moet ze huilen om de situatie waar Bobbie en ik in verzeild zijn geraakt. Het doet haar wat. Fijn, zeg ik met Bobbie in mijn hand, je bent een grote steun. We moeten er samen om lachen.

Dan haal ik een kleedje die ik in de slaapkamer klaar heb gelegd en gaan Linda en ik op de woonkamervloer zitten. We leggen Bobbie op het kleedje waar hij tevreden doorspint omdat hij non-stop wordt geaaid door mij. Terwijl zij een injectienaald pakt en een flesje met een soort van narcosemiddel praat ik met Bobbie en geef hem kussen op zijn kop. Dan gaat de naald in Bobbie's rug en slikt hij even ongemakkelijk. De naald gaat er weer uit en ik blijf Bobbie aaien. Na een poosje zakt zijn kopje langzaam op het kleedje.

Bobbie haalt nog steeds adem en zijn hart klopt ook, maar eigenlijk is hij er al niet meer bij.

Een tweede en een derde prik zorgen ervoor dat Bobbie's vitale functies uitgeschakeld worden. Linda vraagt of ik via de stethoscoop wil horen hoe zijn hartslag daalt. Ik bedank hiervoor. Dan worden Bobbie's pupillen heel groot en zie ik hoe zijn lichaam compleet slap wordt. Hij is nu echt dood, maar ik ben hem nog steeds aan het aaien.

Ik vraag aan Linda of zij Bobbie op wil tillen zodat ik het kleedje kan uitvouwen. Zelf wil ik hem niet optillen omdat ik dat op dat moment geen fijn idee vind. Ik vouw het kleed uit en zij legt hem er weer op. Ik kijk nog een keer naar de kat die ik negen jaar heb gehad en geef hem een dikke zoen. Dan vouwt Linda het kleedje dicht en merk ik dat ik moet huilen. Linda aarzelt geen moment en doet meteen mee. Hahaha, wat een dierenarts. Bobbie vormt in het opgevouwen kleedje een mager pakketje. Gauw haal ik een vrij nieuw, wollen kleed op en sla dit om het andere kleed. Linda knoopt wat touwtjes samen en het wordt een mooie bundel. Ik til het op en leg Bobbie op de bank.

Daarna gaat Linda weg. Ik geef haar een envelop voor de gemaakte kosten (het idee om haar zichtbaar geld te geven stond me tegen) en ik schud haar hand. Met rode ogen loopt ze de deur uit.

Na een kort rottig moment thuis pak ik de bundel met Bobbie erin op en ga naar de auto. Ik rijd naar het huis van mijn ouders, de plaats waar ik ben opgegroeid en 21 jaar heb gewoond. Achter de schuur heeft mijn vader al een groot gat gegraven. Mijn ouders zijn zo aardig genoeg om mij alleen door te laten graven. Als het diep genoeg is, haal ik Bobbie uit de auto. Bezorgd kijk ik om mij heen en als ik zeker weet dat niemand mij ziet, haal ik het versleten, witte speelgoedmuisje uit mijn zak en stop het tussen het kleed. Dan laat ik Bobbie in de grond zakken, kijk er even naar en begin dan met het terugscheppen van het zand.

Nu (22.10 uur 's avonds) zit ik letterlijk voor het eerst in negen jaar alleen thuis. Het ruikt hier een beetje naar vis.



Dit zijn de laatste twee foto's die er van Bobbie en mij gemaakt zijn. De foto met het verwarmingsmandje maakte ik woensdagavond nadat we 's middags naar de kliniek waren geweest. De tweede foto maakte ik met mijn mobiel in het afschuwelijke uur voordat de dierenarts er was.





Iedereen bedankt voor de meelevende reacties, e-mails, sms-jes, telefoongesprekken en huisbezoeken. De reden dat jullie niet zeiden "al die heisa om een simpele kat" is waarschijnlijk een van de redenen dat ik jullie ken en waardeer.

-- Frank

19 opmerkingen:

  1. Anoniem23:01

    Frank. Je bent even bij mij he,
    ik zie je.
    Ga nu je stukje lezen.
    Hoe gaat ie?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Anoniem23:07

    Gelezen --> tranen.

    ach man, wat kan ik zeggen.
    Veel sterkte.
    Voel met je mee.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Bobbie was een bruggenbouwer.
    Dat was ie.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Anoniem23:21

    Jeetje Frank. Zelfs ik krijg er traantjes van.

    Mijn katje Moby is op precies dezelfde manier overleden.

    Heel veel sterkte! Ik hoop dat je een beetje kunt slapen.

    Kus!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Anoniem23:54

    terwijl ik je verhaal lees, komt ook net je mailtje binnen.
    het is goed, frank, geen sorry.
    ik weet hoe je je voelt.
    ik weet niet hoe je je voelt, maar ik herinner me hoe ik me voelde.
    het wordt beter.

    na een paar minuten gedacht te hebben, weet ik nog steeds niet wat ik nog meer moet zeggen. dus.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Wel knap dat jullie
    allemaal het stuk
    hebben gelezen.

    Ik denk dat ik het
    gisteren op papier
    móest zetten.

    Susy)

    Ik ben eigenlijk
    gewoon een watje.

    Maar vooruit dan maar,
    daar kan ik wel mee leven.

    Karin)

    Bobbie wist zeker
    het ijs te breken
    waar dat nodig was.

    Ik)

    Dat is het rottige
    van huisdieren.

    Je overleeft ze
    vrijwel allemaal.

    Natuurlijk krijg je
    veel van ze als ze
    bij je zijn.

    Inge)

    Ja, het komt ook wel goed.

    Gelukkig is het allemaal rustig
    gegaan en dat maakt het wel zo
    makkelijk om afscheid te nemen.

    Nog een paar dagen en dan
    gaan we weer over tot de orde
    van de blog.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Anoniem14:08

    Ontroerend geschreven Frank. Chapeau.
    Bobbie heeft zo te lezen een superbaasje gehad!
    *Lora geeft Frank een klopje op de schouder*

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Anoniem14:32

    Bij het lezen van je stukje stroomden de tranen over mijn wangen.
    Het is net alsof ík Bobbie ben verloren... Laat staan hoe het voor jou moet voelen.
    Het is toch ontzettend fijn dat een asielkat uiteindelijk toch nog een prachtleven gegund is.
    Sterkte, doe rustig aan en trek je maar niets aan van "al die heisa om een simpele kat" - mensen.
    Een dikke knuffel voor Frank!
    Je hebt het goed gedaan.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. ...

    na wat ik net gelezen heb vind ik je een kanjer.

    En Bobbie ook.

    En die Linda mag ik wel.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Brok in de keel....en meer.
    Na dit verhaal: nogmaals sterkte!

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Lora)

    Bedankt Lora.

    Ik ben maar
    een keer eerder
    in mijn leven gechapeaud.

    Ell)

    Toch zegt je reactie
    ook weer veel goeds
    over jou.

    Mir)

    Ja, die Linda die
    deed het super.

    Ik ken ze ook
    wel anders.

    Peter)

    Thanks Peter.

    Het is goed om morgen
    weer aan het werk te gaan.

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Anoniem23:01

    Pff, tijdje niet meer op je blog geweest, en dan lees ik dit.. Heb er tranen van in m'n ogen gekregen. Mooi stukje, en sterkte!

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Anoniem22:47

    Heel af en toe surf ik nog even langs, zonder een berichtje achter te laten, maarja, bij deze post kan ik het toch niet laten.
    Gecondoleerd hoor. Of klinkt dat gek? Nou, in ieder geval veel sterkte met alleen-zijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  14. Ravi)

    Weet je,

    ik luister gewoon
    wat Shpongle (?)
    op mn Ipod

    till it's all listened away.

    RHdlB)

    Surf jij maar
    gewoon langs.

    Tenslotte hoor je nog
    bij de incrowd.

    En RHdlB klinkt erg goed
    (gecondoleerd overigens ook).

    BeantwoordenVerwijderen
  15. Anoniem15:51

    Dus je hebt er al wat van gedownload? Gave muziek he :D Ik heb er gisteren nog een cd van gekocht, in Amsterdam.

    BeantwoordenVerwijderen
  16. Ravi, nu ga jij mij
    daar zeker een mp3
    van opsturen, he?

    Hahaha, ja dat
    dacht ik al.

    BeantwoordenVerwijderen
  17. hele dikke hete tranen lopen nog steeds over mijn wangen.

    hoop dat het alweer ietsjes beter gaat en het niet mee zo stil is in huis.

    x
    Cee

    BeantwoordenVerwijderen
  18. Dat is lief
    van je, CeeBee.

    Dat zetten we
    op je CeeVee.

    BeantwoordenVerwijderen
  19. Potverdikkie Frank.
    Me and my big mouth..

    Bobbie klinkt als een wereldkat.
    Mensen die dingen zeggen als:
    'wat een heisa om een kat'
    die moeten zelf een spuitje krijgen.

    Ik hoop dat het Mistige Rooie Beest
    je hart weer een beetje heeft gelijmd.

    BeantwoordenVerwijderen