
Gisterenavond las ik dan eindelijk Seven Years In Tibet uit, de Engelse versie van het Oostenrijkse boek (Sieben Jahre in Tibet) uit 1953 van avonturier Heinrich Harrer (bij sommige beter bekend als Brad Pitt met een vreselijk accent). Wat een kerel, hee. Dat zeg ik met veel respect. Wat veel mensen niet weten is dat Harrer wereldberoemd werd met het beklimmen van de beruchte oostzijde van de Eiger, een bijna 4000 meter hoge berg in Zwitserland. Destijds was dat een enorme trofee voor klimmers over de gehele wereld, maar Heinrich ging er (samen met zijn mede-klimmers) mee vandoor. Maar hoge bomen vangen veel wind en de media spitte door het privé-leven van de Oostenrijker. Ze kwamen er al snel achter dat Harrer connecties had met nazi's. Hij was lid van de SS. Deze fout van een aantal jaren heeft hem achtervolgd tot zijn dood in 2006. Maar dit is naar mijn mening ook de kortzichtigheid en oppervlakkigheid van mensen in het algemeen. Nadat Harrer in de jaren veertig ontsnapte uit een interneringskamp in India en een bijzondere vriendschap opbouwde met de Dalai Lama (tegen het einde van de zeven jaar in Tibet) was hij bij wijze van spreken gezuiverd van zijn eerdere ideologieën. De rest van zijn leven heeft Harrer geprobeerd om mensen te wijzen op de criminele manier waarop China de Tibetanen van hun politieke vrijheid berooft. Over zijn zogenaamde nazi-connectie schreef Harrer een boek waarin hij uit de doeken doet hoe zijn manier van denken destijds een dom vertoon van bravoure was. Zelfs de beroemde nazi-jager Simon Wiesenthal heeft Harrers onschuld onderstreept.
Dan nu het boek. Ten eerste hulde dat de schrijver met maar één zinnetje rept over zijn verbluffende prestatie op de Eiger. Dát is bescheidenheid. En dat is een van de voornaamste redenen waarom ik het boek prettig vond om te lezen; Harrers (wellicht ouderwets aandoende) 'gentlemanly conduct'. Een ander goed voorbeeld daarvan is als Harrer de dood van een kennis van hem beschrijft met een stuk of twee discrete zinnen. Meer niet. Geen sensatie, slechts wat we nodig hebben om te weten. I like it. Niet dat er geen sensatie en avontuur in het boek voorkomt. Pff. Harrer en zijn reispartner(s) zijn op veel plekken de eerste Europeanen in Tibet en ze zijn zich daar goed van bewust. Geen rijke reizigers overigens, negen van de tien dagen lopen de ontsnapte gevangenen op vodden door de bergen van Tibet te knorren van de honger en ellende. Op veel plekken worden de 'witte demonen' door de bijgelovige inwoners van het land weggejaagd.
Tegen het einde van het boek belandden Harrer en zijn overgebleven reispartner Peter Aufschnaiter dan eindelijk in De Verboden Stad Lhasa. Als zwervers lopen ze naar binnen en weten daar een redelijk bestaan op te bouwen. Heel bijzonder want Tibet (en met name Lhasa, waar de Dalai Lama woonde) zat potdicht voor welke buitenlanders dan ook. Helemaal tegen het einde van het boek ontmoet Harrer de veertienjarige Dalai Lama en doet hij verslag van zijn ontmoetingen met de leergierige God-Koning en spiritueel leider van Tibet. Heel interessant. Helaas ramt dan ook China door de grenzen van Tibet en ziet de Dalai Lama zich genoodzaakt om te vluchten naar India. Daar zit hij nog steeds, terwijl China Tibet heeft overgenomen.
Een mooi boek, totaal anders dan de film (die ook mooi is).
Maar de twee zijn niet met elkaar te vergelijken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten